Loading Loading...
Menu

ArboApp

Menu

ArboApp

Loading

Werken met een ladder of trap

Waar moet je op letten als je met een ladder of trap werkt? Hieronder zie je het hele stappenplan. Klik op de knop “bekijk stappen met afbeeldingen” om alle stappen inclusief afbeeldingen te bekijken.

  • Werk alleen met een ladder of trap als dat noodzakelijk is.

    Een ladder of trap is een toegangsmiddel tot het dak en geen geschikt transportmiddel voor zonnepanelen.

  • Controleer de keuringssticker.

    Controleer op de keuringssticker of de ladder/trap nog binnen de keuringstermijn valt (<1 jaar).

  • Werk niet op een trap of ladder bij het gebruik van medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden of bij hoogtevrees.

    Je kunt de medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden herkennen aan een gele sticker op de verpakking.

  • Gebruik geen trap of ladder bij windkracht 6 of hoger. Dit is niet toegestaan.

  • Plaats een ladder of trap niet op een hellende, zachte oneffen of gladde ondergrond.

  • Houd sporten en ladderschoenen schoon. Beklim de ladder of trap niet met gladde of vervuilde zolen.

    Ladderschoenen zijn de kunststof bescherming aan de uiteinden van de trap.

  • Houd beide voeten altijd op de sport(en).

    Om schuiven van te voorkomen mag nooit te ver buiten een ladder of trap worden gereikt en moeten beide voeten altijd op de sport(en) blijven. Reik nooit verder dan 1 armlengte zijwaarts.

  • Beklim een ladder of trap (zonder platform) nooit hoger dan de vierde tree van boven.

    Bij sommige ladders of trappen – afhankelijk van de fabrikant – heeft deze trede een afwijkende kleur.

  • Klim met een ladder tot maximaal tien meter.

    Bij een hoogte van >7.5 m gaat de voorkeur uit naar een andere daktoegang.

  • Stel de ladder op onder een hoek van ca. 75 graden.

    Een vuistregel is om de tenen tegen de onderkant van de ladder te plaatsen en de ladder met gestrekte armen te pakken.

  • Een ladder mag nooit aan de onderzijde kunnen wegzakken of wegglijden.

    Voorzie de ladder zo nodig van een stabiliteitsbalk.

  • Borg een ladder aan de bovenzijde tegen zijdelings wegglijden.

    Maak de ladder eventueel vast met een touw.

  • Een ladder moet ten minste één meter uitsteken boven de plaats waartoe hij toegang geeft.

  • Beklim de ladder met beide handen.

    Breng materiaal en gereedschap met een touw omhoog.

  • Sluit een deur af of blokkeer de doorgang als de ladder voor een deur is geplaatst.

  • Houd 2 meter afstand van onder spanning staande delen.

    Plaats metalen ladders nooit in de buurt van niet geïsoleerde, onder spanning staande elektrische delen. Houd minimaal een afstand van twee meter.

  • Plaats een ladder nooit direct tegen een raam. Gebruik in dit geval dwarssteunen.

1 Werk alleen met een ladder of trap als dat noodzakelijk is.

Een ladder of trap is een toegangsmiddel tot het dak en geen geschikt transportmiddel voor zonnepanelen.

2 Controleer de keuringssticker.

Controleer op de keuringssticker of de ladder/trap nog binnen de keuringstermijn valt (<1 jaar).

3 Werk niet op een trap of ladder bij het gebruik van medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden of bij hoogtevrees.

Je kunt de medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden herkennen aan een gele sticker op de verpakking.

4 Gebruik geen trap of ladder bij windkracht 6 of hoger. Dit is niet toegestaan.
5 Plaats een ladder of trap niet op een hellende, zachte oneffen of gladde ondergrond.
6 Houd sporten en ladderschoenen schoon. Beklim de ladder of trap niet met gladde of vervuilde zolen.

Ladderschoenen zijn de kunststof bescherming aan de uiteinden van de trap.

7 Houd beide voeten altijd op de sport(en).

Om schuiven van te voorkomen mag nooit te ver buiten een ladder of trap worden gereikt en moeten beide voeten altijd op de sport(en) blijven. Reik nooit verder dan 1 armlengte zijwaarts.

8 Beklim een ladder of trap (zonder platform) nooit hoger dan de vierde tree van boven.

Bij sommige ladders of trappen – afhankelijk van de fabrikant – heeft deze trede een afwijkende kleur.

9 Klim met een ladder tot maximaal tien meter.

Bij een hoogte van >7.5 m gaat de voorkeur uit naar een andere daktoegang.

10 Stel de ladder op onder een hoek van ca. 75 graden.

Een vuistregel is om de tenen tegen de onderkant van de ladder te plaatsen en de ladder met gestrekte armen te pakken.

11 Een ladder mag nooit aan de onderzijde kunnen wegzakken of wegglijden.

Voorzie de ladder zo nodig van een stabiliteitsbalk.

12 Borg een ladder aan de bovenzijde tegen zijdelings wegglijden.

Maak de ladder eventueel vast met een touw.

13 Een ladder moet ten minste één meter uitsteken boven de plaats waartoe hij toegang geeft.
14 Beklim de ladder met beide handen.

Breng materiaal en gereedschap met een touw omhoog.

15 Sluit een deur af of blokkeer de doorgang als de ladder voor een deur is geplaatst.
16 Houd 2 meter afstand van onder spanning staande delen.

Plaats metalen ladders nooit in de buurt van niet geïsoleerde, onder spanning staande elektrische delen. Houd minimaal een afstand van twee meter.

17 Plaats een ladder nooit direct tegen een raam. Gebruik in dit geval dwarssteunen.